Het Museum

Geschiedenis

“...als ik de chaotische massa, die in een hoek van mijne kamer opgestapeld lag en allengs meer onder stof begraven werd, van tijd tot tijd aanschouwde, kwam wel eens de gedachte bij mij op, er het vuur in mijn kachel mee te onderhouden. Intusschen, - zoover is het niet gekomen.”

Opening van het Persmuseum in gebouw Tetterode, 1917 Geschiedenis

Bovenstaande woorden werden opgetekend door D.A. van Waalwijk in een eerste circulaire over het ‘Nederlandsch Pers-museum’ van maart 1903. Gelukkig heeft Van Waalwijk nooit de daad bij het woord gevoegd. Het is immers de vraag of er in dat geval in Nederland ooit een persmuseum van de grond zou zijn gekomen.

Van Waalwijk was, naast journalist en oprichter van Het Nieuwsblad voor Nederland, een verwoed verzamelaar van kranten. In 1902 kocht hij op een veiling een enorme, ongeordende collectie dag- en weekbladen van J.L. Beyers. De basis voor het Persmuseum was gelegd. Het Persmuseum, tot 1914 gevestigd in gebouw ‘Concordia’ aan de Nieuwezijds Voorburgwal 345 te Amsterdam, deed in die tijd louter dienst als archief. De georganiseerde pers nam het initiatief tot de oprichting van een Stichting Het Nederlandsch Persmuseum, op 4 november 1915, met het doel: “het vormen van een museum betreffende de geschiedenis, in den meest uitgebreiden zin des woords, van de Nederlandsche en stamverwante dag-, week- en maandbladen.” In 1914 werden de collecties tijdelijk opgeslagen in een lokaal van de voormalige Agnietenschool aan de Oudezijds Voorburgwal. Via een ruimte in het Typografisch Museum aan de Da Costakade vond het museum in 1924 een nieuwe behuizing in het Korenmetershuisje op de Nieuwezijds Kolk. Na tijdens de bezetting gesloten te zijn geweest, werd het Persmuseum op 2 mei 1946 heropend met een tentoonstelling over de illegale pers. Na huisvesting in het Instituut voor Perswetenschap aan de Keizersgracht 604, het pand Oude Turfmarkt 151 en het Oost-Indisch Huis aan de Oude Hoogstraat 24 verhuisde het Persmuseum in 1989 naar het gebouw van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) aan de Cruquiusweg 31.

geschiedenis

Het Persmuseum anno 1924

Deze behuizing biedt faciliteiten waarvan in het verleden slechts kon worden gedroomd: optimaal geklimatiseerde magazijnen met verrijdbare stellingen, een ruime en comfortabele studiezaal met een informatie- en uitleenbalie, studieruimten, een foto- en kopieerinrichting, een binderij annex restauratie-atelier en mogelijkheiden tot het houden van congressen. In 2000 werd begonnen met de realisering van een expositieruimte binnen het gebouw met een eigen entree aan de Zeeburgerkade: het nieuwe Persmuseum. Meer over de geschiedenis, de doelstellingen en de collecties van het Persmuseum is te lezen in de publicatie Het Nederlands Persmuseum. Liefdewerk oud papier, geschreven door M. Wolf (1992).