Collectie

Item #8 Heksenvervolging in de Lage Landen

 

Het oudste item uit de collectie van het Persmuseum is waarschijnlijk de Malleus Maleficarum, de zogenaamde Heksenhamer (letterlijk: ‘hamer van de boosdoensters’), uit 1604: een handleiding om heksen mee te herkennen en te vervolgen.

Omstreeks 1485 schrijft de Duitse dominicaan Heinrich Kramer (Latijn: Henricus Institoris) in samenwerking met theoloog Jakob Sprenger een manuscript om zijn ideeën en werkwijze te verdedigen. De Kerk, die in deze tijd aan populariteit inboet, heeft eigen officieren aangesteld, zogeheten inquisiteurs, die moeten voorkomen dat de bevolking verkeerde doctrines volgt of verspreidt. Kramer wil als inquisiteur daadkrachtig optreden tegen ketters. Hij vreest vooral voor de oprukkende hekserij. Niet iedereen kan zich echter in zijn standpunt vinden. Het boek blijkt het medium bij uitstek om te betogen voor een wijdverbreid publiek.

Mede dankzij de uitvinding van de drukpers groeit de Heksenhamer uit tot een standaardwerk voor heksenvervolging in het vroegmoderne Europa. Ook de Lage Landen blijven niet onberoerd…

LEES HIER MEER over de oorsprong van de Inquisitie en over heksenjachten in Nederland >

Tekst: Linda van der Rest